Boekbespreking

 In Boeken

Titel: Knijpen in de ziel
Auteur: Frans Zitman
Uitgeverij: F. Zitman/Boom uitgevers Amsterdam
Jaar van uitgave: 2018
ISBN: 9789024419241

Gelezen door: Anne Onnink

In de praktijk komen wij dagelijks mensen tegen met psychische klachten. Mede op basis van de door ons uitgevoerde psychodiagnostiek wordt een diagnose en/of beleid voorgesteld. Hierbij varen wij op de gedragskenmerken volgens de DSM-5. Met betrekking tot specifieke oorzaken worden echter geen uitspraken gedaan. Psychische stoornissen kunnen we niet ‘verdinglijken’, zoals Trudy Dehue het verwoordde in haar boek de Depressie epidemie (Olympus 2010).  Wat verklaart iemands ‘negatieve stemmetje’ in zijn hoofd, of dat iemand zich ‘los voelt staan van de realiteit’? Zit dit in de hersenen (en zo ja, waar dan) of zijn het pessimistische gedachten? Heeft iemand een hersenziekte, een ziekte van de geest of  allebei? Zomaar enkele vragen die je jezelf als professional kunt stellen, maar ook door cliënten gesteldworden. Op dergelijke soort vragen geeft emeritus hoogleraar biologische psychiatrie Frans Zitman een uitgebreide uiteenzetting in Knijpen in de ziel, op het grensvlak tussen filosofie en psychiatrie.

Zitman start met de vraag of de psychiatrie van vandaag de dag in gevaar is. Aan de ene kant is er veel aandacht voor wetenschappelijk onderzoek: BN’ers doen een boekje open over hun ‘psyche’ of hyperactieve hoogleraren neuropsychologie geven een inkijk in wat er allemaal mis kan gaan in ons denken. Terwijl er aan de andere kant heftige discussies ontstaan op het moment dat er getornd wordt aan onze identiteit, wanneer ons bewustzijn slechts een illusie lijkt. Vanaf de vroege oudheid is het duiden van samenhang tussen lichaam én geest een onderwerp van debat. Dikwijls sluit de ene zienswijze de andere uit. De zogenoemde ‘explanatory gap’ blijft tot op heden bestaan en leidt binnen de psychiatrie tot diverse paradigma’s. Zitman zet een aantal paradigma’s uiteen. Zoals het medisch model waarin de geest wel wordt erkend, maar onduidelijk blijft in hoeverre deze het lichaam beïnvloedt. Maar ook binnen de geesteswetenschap komt men niet tot een sluitende samenhang tussen objectieve gegevens en de subjectieve ervaring. Wezenlijk constateert Zitman op een overstijgend niveau wat het betekent als we nadruk meer op het lichaam leggen, dan wel de geest. Als de mens een zielloze machine is, is al ons gedrag dan gerechtvaardigd, of is juist de materialistische (psychofarmaca) invloed een wassen neus?

Zitman tracht de ‘explanatory gap’ te overbruggen aan de hand van het psychosomatische en biopsychosociale model. De begrippen ‘Erklären’ en ‘Verstehen’ worden door Zitman dikwijls aangehaald. Het eerste duidt meer op het vinden van een causaal verband. Met ‘Verstehen’ richt je je op het begrijpen van de individuele persoon. Pogingen lichaam en geest te verbinden én te verklaren hoe ze elkaar beïnvloeden blijft een lastig vraag. Zo beschrijft Zitman haaks op elkaar staande stellingen omtrent de ‘werkelijkheid’. Zijn de ervaringen van mensen een onmeetbare werkelijkheid of slechts een illusie? Zitman onderbouwt zijn eigen visie op het overbruggen van de kloof tussen lichaam en geest met de ‘egotunnel’ van Metzinger,. De egotunnel is een door de evolutie ontwikkeld systeem, waarbinnen de waarheid zich aandient op de manier die onze hersenen hebben gecreëerd. Dé ‘werkelijkheid’ zien we niet, enkel hoe de hersenen die aan ons presenteert. Psychiatrische stoornissen worden volgens deze theorie verklaard door interpretatiefouten in de egotunnel. Is dit dan ‘missing link’ vraag je je af, want hoe vóelt het dan om in die egotunnel te zitten?

Zitman stelt daarbij een deel van ons gevoel uniek te zijn ter discussie. Er zijn eigenschappen die we delen met anderen, want hoe zou je anders emoties bij een ander kunnen herkennen? Deze subjectieve ervaring kun je meten. Met vragenlijsten. Nochtans is het onmogelijk om hiermee te ontdekken hoe lichaam en geest elkaar beïnvloeden maar volgens Zitman wel de mate waarin ze met elkaar samenhangen.  Hierbij moest ik wel terugdenken aan dr. Jelgersma (1859-1942) die Zitman in het begin van zijn boek aanhaalt; ‘de objectieve verschijnselen der geestelijke symptomen zijn echter wel aanwezig, maar wij weten ze niet…’. Iemand vult in dat hij somber is, maar ís hij dat ook werkelijk? Bij het invullen van vragenlijsten kun je je afvragen of iemand de ‘waarheid’ vertelt.

Knijpen in de ziel heb ik ervaren als een zinnig boek om kennis te nemen van de historische ontwikkelingen omtrent de verhouding tussen hersenen en geest, en hoe zij elkaar beïnvloeden. Een duidelijk verklaring is er (nog) niet, deze heeft ook Zitman niet kunnen bieden. In zijn stellingname dat ons zelfbewustzijn te zien een illusie is kan ik hem echter niet ‘Verstehen’. Wel begrijp ik dat onze subjectieve ervaringen complex zijn en wat we ervaren gestuurd wordt door onze hersenen. Maar om die ervaring nu als een illusie te zien? Dit boek heeft mij meer kaders geboden om over bovengenoemde vragen na te denken. Binnen ons werkveld is dit boek niet zozeer op een praktische manier van toepassing, wel nodigt het uit om er op meer abstracte wijze over na te denken. Tenslotte zijn het gewichtige aannames die we doen over personen. Ik raad het boek zeker aan voor iedereen die zich graag laat inspireren over dit onderwerp.

Recent Posts